ECLI:NL:CRVB:2023:2307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering permanente ontheffing arbeidsverplichting wegens gebrek aan bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om een permanente ontheffing van de arbeidsverplichting en tegenprestatie op grond van artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet (PW), stellende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. Het college verleende slechts een tijdelijke ontheffing, waarna appellante bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit tot tijdelijke ontheffing. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep betoogde appellante dat zij recht had op een permanente ontheffing, onder meer omdat de verzekeringsarts informatie had moeten opvragen bij haar behandelend sector. De Raad oordeelde dat appellante geen begin van bewijs had geleverd voor haar volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en dat het advies van de verzekeringsarts van Calder Werkt zorgvuldig en gemotiveerd was.
De Raad benadrukte dat de bijstandsgerechtigde die een permanente ontheffing wenst, de aard en omvang van haar medische beperkingen en herstelmogelijkheden moet onderbouwen met medische gegevens. Appellante had dit niet gedaan en ook geen medische informatie ingebracht. Daarom was er geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. De tijdelijke ontheffing blijft van kracht en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Tot slot wees de Raad het verzoek om proceskostenvergoeding af en liet het betaalde griffierecht voor rekening van appellante. De uitspraak werd gedaan door J.J. Janssen, in aanwezigheid van griffier C.K. Teunissen op 5 december 2023.
Uitkomst: De tijdelijke ontheffing blijft van kracht; de aanvraag voor permanente ontheffing wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.