Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
(1,5 punt voor het driemaal beantwoorden van vragen van de Raad). In totaal dus € 2.946,50.
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in een sociale zekerheidszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarna appellant het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding en wettelijke rente.
De Raad overwoog dat de redelijke termijn voor de gehele procedure overschreden was met ruim zeven maanden, waarvoor een schadevergoeding van €1.000,- passend werd geacht. De overschrijding werd volledig aan het UWV toegerekend omdat de rechterlijke fase binnen redelijke termijn bleef.
Verder werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot betaling van de proceskosten van appellant, inclusief griffierecht. De Raad sloot het onderzoek zonder zitting en deed uitspraak op basis van de ingediende stukken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, schadevergoeding en proceskosten na intrekking van het hoger beroep.