ECLI:NL:CRVB:2023:2513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen uitspraak voorzieningenrechter IOAW
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam inzake een voorlopige voorziening in een IOAW-zaak. De voorzieningenrechter had beslist met toepassing van artikel 8:84 van Pro de Awb.
De Raad overweegt dat tegen uitspraken van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 Awb Pro geen hoger beroep openstaat, tenzij sprake is van een evidente schending van de goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. De stelling van appellant dat de voorzieningenrechter een onjuiste beoordeling heeft verricht, is onvoldoende om deze uitzonderingssituatie aan te nemen.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en bepaalt dat het betaalde griffierecht van €136,- aan appellant wordt terugbetaald. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en bepaalt terugbetaling van het griffierecht.