ECLI:NL:CRVB:2023:267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Werknemer geen belanghebbende bij compensatiebesluit transitievergoeding UWV
Betrokkene was werknemer die wegens langdurige arbeidsongeschiktheid een beëindigingsovereenkomst sloot met haar werkgever, waarbij een beëindigingsvergoeding werd betaald met een terugbetalingsclausule voor het geval het UWV de vergoeding niet zou compenseren.
Het UWV stelde de compensatie op nul en verklaarde het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zou zijn bij het compensatiebesluit. De rechtbank oordeelde echter dat betrokkene wel een rechtstreeks belang had en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel en stelde dat het belang van betrokkene slechts afgeleid is via de contractuele relatie met de werkgever. De regeling richt zich uitsluitend tot de werkgever en de werknemer heeft geen zelfstandig, rechtstreeks belang bij het compensatiebesluit.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werknemer wordt ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het compensatiebesluit van het UWV.