ECLI:NL:CRVB:2023:292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste medische beoordeling en afwijzing urenbeperking bij WIA-uitkering
Appellante heeft sinds 8 mei 2012 recht op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 54,99%. Na een auto-ongeluk heeft zij zich per 14 maart 2018 toegenomen arbeidsongeschikt gemeld met meer rug- en heupklachten. Het UWV heeft de mate van arbeidsongeschiktheid bij besluit van 28 mei 2019 vastgesteld op 56,87%, later bij bezwaar verhoogd naar 64,41% per 14 maart 2018 en 62,71% per 13 mei 2019.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat er geen aanleiding is voor twijfel aan de juistheid van het medische oordeel. De verzekeringsarts heeft gemotiveerd waarom de klachten uit de fysiotherapeutische en osteopathische rapporten niet leiden tot meer beperkingen in lopen, staan, traplopen, zitten en klimmen.
Appellante's stelling dat de frequente fysiotherapie en manuele therapie een verdere urenbeperking rechtvaardigen wordt niet gevolgd, mede omdat zij reeds beperkt is tot 6 uur per dag en 30 uur per week werken en dit niet met medische gegevens is onderbouwd. Ook is er geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige. Het UWV heeft bovendien voldoende gemotiveerd dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellante. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd zonder verdere urenbeperking.