ECLI:NL:CRVB:2023:318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag persoonsgebonden budget op grond van Wmo 2015
Appellant heeft op 10 juli 2019 een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo heeft deze aanvraag bij besluit van 20 september 2019 afgewezen, waarbij het college onder meer artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wmo 2015 als grondslag heeft aangevoerd. Deze afwijzing is gehandhaafd bij een beslissing op bezwaar van 15 mei 2020.
De rechtbank Overijssel heeft het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens het hoger beroep heeft appellant bevestigd dat hij uitsluitend in aanmerking wilde komen voor een pgb om diensten bij Zorgcentra Het Mozaïek te betrekken.
De Raad stelt vast dat het college eerder op 7 maart 2019 reeds toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel e, van de Wmo 2015, hetgeen een grond kan zijn om een pgb te weigeren. Daarnaast zijn niet alle door het college aangevoerde weigeringsgronden aangevochten in het hoger beroep, met name niet de grondslag in artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder b. Hierdoor kan het hoger beroep niet slagen en behoeft de Raad de overige beroepsgronden niet te behandelen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een persoonsgebonden budget en wijst het hoger beroep af.