ECLI:NL:CRVB:2023:322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen indicatiebesluit Wet langdurige zorg na nieuw onderzoek
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een beslissing van het CIZ over haar indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Na eerdere vernietiging van een besluit door de Raad, waarbij het CIZ werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen, heeft het CIZ nader onderzoek gedaan. Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek en pogingen tot contact met appellante, die geen toestemming gaf voor het opvragen van medische informatie en niet meewerkte aan telefonisch contact.
Het CIZ heeft op basis van de beschikbare medische gegevens het indicatiebesluit herbevestigd, waarbij appellante opnieuw is geïndiceerd voor zorgprofielen VG Wonen en GGZ Wonen. Appellante stelde dat het onderzoek onvoldoende was en de vaststelling van de indicaties onjuist, maar deze gronden waren niet onderbouwd en werden niet nader toegelicht tijdens de zitting.
De Raad concludeert dat het beroep ongegrond is omdat het CIZ met het bestreden besluit heeft voldaan aan de zorgbehoefte van appellante binnen de Wlz. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het indicatiebesluit van het CIZ wordt ongegrond verklaard.