Appellant ontving sinds 2008 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na politieonderzoek waarbij een hennepstekkerij werd aangetroffen op een adres waar appellant betrokken bij was, stelde het Uwv vast dat appellant inkomsten uit deze illegale activiteiten had genoten zonder dit te melden. Hierdoor werd de WAO-uitkering over 2016-2017 herzien en teruggevorderd, en werd een boete opgelegd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv niet in strijd had gehandeld met het EVRM of het zorgvuldigheidsbeginsel. De Raad onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat het Uwv voldoende onderzoek heeft gedaan, waarbij onder meer tapgesprekken, rapporten en een filmpje van de hennepstekkerij werden betrokken. Appellant heeft onvoldoende concrete aanwijzingen gegeven om het onderzoek te betwisten.
De Raad concludeert dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat de boete proportioneel is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.