ECLI:NL:CRVB:2023:34
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening bijstandsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en omstandigheden
Appellant heeft bijstand aangevraagd vanaf september 2016, waarbij het college de bijstand verlaagde vanwege het ontbreken van woonlasten. Appellant voerde later aan dat hij wel woonlasten had en dat de verlaging onterecht was, mede vanwege gezondheidsproblemen en een huurachterstand. Het college wees het verzoek om herziening af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen geldige huurovereenkomst kon overleggen en dat de medische klachten al bekend waren. In hoger beroep maakte appellant bezwaar tegen deze uitspraak, maar de Raad bevestigde dat over de eerste periode geen nieuwe feiten waren en dat voor de tweede periode geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd voor terugwerkende kracht.
Voor de derde periode was sprake van een nieuwe aanvraag, maar appellant had niet aangetoond dat hij toen woonlasten had. Het college had appellant de gelegenheid gegeven bewijs te leveren, maar dit bleef uit. De Raad bevestigde de uitspraak en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de bijstand wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.