ECLI:NL:CRVB:2023:357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en proceskosten wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Na een langdurige procedure, waarin het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar nam en het hoger beroep werd ingetrokken, vorderde appellante vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten.
De Raad stelde vast dat de totale duur van de procedure ruim viereneenhalf jaar bedroeg, wat de redelijke termijn met ongeveer negen maanden overschreed. Op grond hiervan werd de Staat veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van € 1.000,-. Daarnaast werden proceskosten toegekend aan appellante voor zowel de behandeling van het beroep en hoger beroep als voor het verzoek om schadevergoeding.
De Raad wees ook gedeeltelijk vergoeding toe voor deskundigenkosten, waarbij parkeerkosten werden afgewezen vanwege het limitatieve karakter van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het griffierecht kon appellante rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak werd gedaan door E.W. Akkerman en uitgesproken op 22 februari 2023.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000,- schadevergoeding en proceskosten; het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.