ECLI:NL:CRVB:2023:387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen van herplaatsingsbesluit politie wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante is in het kader van een reorganisatie bij de politie per 1 juli 2016 herplaatst als [functie 1] bij de Districtsrecherche. Dit besluit is na bezwaar en beroep door de rechtbank bevestigd en staat daarmee in rechte vast.
Appellante verzocht vervolgens om terug te komen van dit herplaatsingsbesluit en met terugwerkende kracht per 1 juli 2017 alsnog te worden geplaatst in de functie van [functie 2], zoals ook een collega was toegekend. De korpschef wees dit verzoek af omdat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De Centrale Raad van Beroep toetste of het bestuursorgaan zich terecht en zorgvuldig had opgesteld en oordeelde dat het besluit niet evident onredelijk was. Jurisprudentie en het feit dat een collega in een vergelijkbare situatie wel tegemoet was gekomen, vormden geen grond om het besluit te herzien.
Het hoger beroep van appellante faalde en de Raad bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot terugkomen van het herplaatsingsbesluit afgewezen.