ECLI:NL:RBGEL:2025:4177
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek bijstand op grond van Participatiewet wegens onweerlegbaar rechtsvermoeden gezamenlijke huishouding
Eiser verzocht om herziening van het besluit van 3 december 2015 waarbij zijn aanvraag om bijstand op grond van de Participatiewet werd afgewezen. Hij stelde dat er nieuwe feiten en omstandigheden waren die het onweerlegbare rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding konden doorbreken.
De rechtbank oordeelde dat de inhoud van latere rechtspraak, waaronder een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 juni 2020, op zichzelf geen nieuwe feiten vormen en geen aanleiding geven tot herziening. Eiser kon geen andere nieuwe feiten of omstandigheden aanvoeren die het eerdere besluit konden wijzigen.
Daarnaast werd het beroep afgewezen wegens verjaring, omdat eiser het herzieningsverzoek pas na meer dan vijf jaar indiende zonder voldoende onderbouwing van bijzondere omstandigheden. De rechtbank concludeerde dat het college het herzieningsverzoek terecht heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn herzieningsverzoek bijstand wordt ongegrond verklaard.