ECLI:NL:CRVB:2023:408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening besluit toepassing Nederlandse socialezekerheidswetgeving
Appellant, werkzaam als Rijnvarende kapitein op een binnenschip, verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om terug te komen op een eerder genomen besluit waarin werd vastgesteld dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op hem van toepassing was over de periode 1 januari 2013 tot en met 28 februari 2014. De Svb wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit bestreden besluit ongegrond, omdat de door appellant overgelegde stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten en appellant deze gegevens ook in eerdere procedures had kunnen aanvoeren. De Raad toetste vervolgens of de aangevallen uitspraak niet nietig was en of het bestreden besluit terecht in stand was gelaten.
De Raad oordeelde dat het verzoek tot herziening terecht was afgewezen omdat de stukken niet als nieuw konden worden aangemerkt en appellant onvoldoende had onderbouwd dat het besluit onmiskenbaar onjuist of evident onredelijk was. Tevens werd het verzoek om een getuige te horen afgewezen omdat dit niet relevant was voor de beoordeling. Het hoger beroep werd afgewezen en de Nederlandse socialezekerheidswetgeving blijft van toepassing op appellant voor de genoemde periode.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit wordt afgewezen en de Nederlandse socialezekerheidswetgeving blijft van toepassing.