ECLI:NL:CRVB:2023:414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid 48,84% in WIA-procedure
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, is sinds 2011 ziek gemeld met psychische klachten en ontvangt sinds 2014 een WGA-uitkering. Na diverse herbeoordelingen heeft het UWV op 4 februari 2020 vastgesteld dat appellant per 1 mei 2020 voor 48,84% arbeidsongeschikt is, wat neerkomt op de klasse van 45 tot 55%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vaststelling en voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder progressieve artrose en toegenomen psychische klachten, niet juist waren meegewogen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen en verzocht hij om benoeming van een deskundige, verwijzend naar het arrest Korošec van het EHRM. De Raad oordeelde dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt te onderbouwen en dat er geen reden was om aan de medische beoordeling te twijfelen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 48,84% arbeidsongeschiktheid door het UWV en wijst het hoger beroep af.