ECLI:NL:CRVB:2023:454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- T. Dompeling
- S.B. SmitColenbrander
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechters in bestuursrechtelijke zaak
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam en verzocht de Raad om terug te komen op een eerdere tussenuitspraak. Na een nieuw besluit van het college en het indienen van een zienswijze, werd het onderzoek gesloten zonder nadere zitting.
Verzoekster diende vervolgens een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechters, stellende dat de sluiting van het onderzoek duidt op vooringenomenheid. De Raad beoordeelde dat een wrakingsgrond moet zijn gebaseerd op feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter aantonen.
De Raad overwoog dat een procedurele beslissing zoals sluiting van het onderzoek geen grond kan zijn voor wraking, tenzij deze onomstotelijk wijst op vooringenomenheid. Dit was niet het geval. Ook de vrees van verzoekster dat zij ongelijk krijgt, rechtvaardigt geen wraking.
De Raad vond geen enkel aanknopingspunt voor vooringenomenheid en wees het wrakingsverzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 maart 2023.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.