Uitspraak
Namens appellante heeft [gemachtigde] hoger beroep ingesteld.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
zijn de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, niet van toepassing.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om geen nieuwe doelgroepverklaring LKV te verstrekken na de overgang van een eenmanszaak naar de BV, waarbij het loonheffingsnummer veranderde. De werknemer had een doelgroepverklaring ontvangen gekoppeld aan het loonheffingsnummer van de eenmanszaak voor de periode 2019-2021.
Het UWV wees de aanvraag voor een nieuwe verklaring af omdat de aanvraag niet binnen drie maanden na het begin van het dienstverband bij de BV was gedaan en omdat bij overgang van onderneming geen recht op voortzetting van het LKV zou bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat verlenging van de doelgroepverklaring niet binnen het bestuursrechtelijke geschil viel.
In hoger beroep stelde appellante dat de doelgroepverklaring niet door de overgang van onderneming mag vervallen en dat voortzetting van het LKV redelijk en billijk is. De Raad stelde vast dat geen wettelijk voorschrift bestaat dat de geldigheid van de doelgroepverklaring beëindigt bij overgang van onderneming en wijziging van loonheffingsnummer.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de geldigheid van de doelgroepverklaring beperkte en bevestigde dat de verklaring geldig bleef tot en met 31 december 2021. De weigering om een nieuwe verklaring te verstrekken bleef in stand omdat appellante daartegen geen gronden had aangevoerd.
Uitkomst: De verstrekte doelgroepverklaring loonkostenvoordeel blijft geldig tot en met 31 december 2021 ondanks overgang van onderneming en wijziging van loonheffingsnummer.