ECLI:NL:CRVB:2023:617
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens geen toename medische beperkingen
Appellant, werkzaam als shovelmachinist, heeft sinds juni 2011 diverse klachten waaronder rug-, nek- en knieklachten. Het UWV heeft in 2013 geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant met zijn beperkingen geschikt werd geacht voor andere functies en de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Na bezwaar en beroep is dit standpunt bevestigd, ook na een deskundigenrapport in 2017 en een herbeoordeling in 2019.
Appellant stelde dat zijn beperkingen sinds juli 2014 zijn toegenomen, onder meer door cervicale myelopathie, COPD en slaapapneu, en verzocht om een herbeoordeling en het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. De rechtbank en de Raad concludeerden dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, dat de beperkingen niet aantoonbaar waren toegenomen uit dezelfde ziekteoorzaak en dat de slaapapneu een andere oorzaak had dan de eerdere klachten.
De Raad oordeelde dat de stellingen van appellant onvoldoende medisch onderbouwd waren en dat het UWV terecht geen aanvullende beperkingen had aangenomen. Er was geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat geen sprake is van toename van medische beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.