ECLI:NL:CRVB:2023:622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loon tijdens vakantie bij berekening WIA-dagloon
Appellant, een vrachtwagenchauffeur, viel in augustus 2017 uit wegens arbeidsongeschiktheid en ontving een WIA-uitkering gebaseerd op een dagloon berekend over het refertejaar 1 augustus 2016 tot en met 31 juli 2017. Appellant stelde dat het loon tijdens vakantie en ziekte niet representatief was vanwege lagere overuren en dat de werkgever overuren onjuist had uitbetaald buiten de referteperiode.
De rechtbank had het UWV-besluit vernietigd omdat het artikel 17 van Pro het Dagloonbesluit niet correct was toegepast met betrekking tot het loon tijdens ziekte en verlof. Het UWV stelde vervolgens het dagloon opnieuw vast, waarbij de maand februari 2017 buiten beschouwing werd gelaten en januari 2017 als representatief loon werd genomen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat onvoldoende gegevens zijn overgelegd om aan te nemen dat het loon tijdens vakantie lager was dan het rechtens geldende basisloon. De systematiek van het uitbetalen van overuren in de maand na het maken ervan leidt ertoe dat het lagere loon in januari 2017 niet onrepresentatief is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.