Uitspraak
21 3081 WAJONG
21 juli 2021, 20/4858 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 2000, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege epilepsie, een ontwikkelingsachterstand en een stressstoornis. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij arbeidsvermogen heeft. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar epileptische aanvallen en concentratieproblemen haar verhinderen om te werken. Zij stelde niet te voldoen aan de criteria van artikel 1a:1 Wajong. De Raad volgde echter het oordeel van de rechtbank en het UWV dat het onderzoek zorgvuldig was en dat rekening was gehouden met haar beperkingen.
De verzekeringsarts had uitvoerig gerapporteerd en gemotiveerd dat appellante in staat is om ten minste een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar is. De arbeidsdeskundige concludeerde dat zij basale werknemersvaardigheden bezit en een eenvoudige taak kan uitvoeren. De Raad zag geen aanleiding om het onderzoek te heropenen of het oordeel te wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellante op haar achttiende jaar over arbeidsvermogen beschikte.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante arbeidsvermogen heeft en geen recht heeft op een Wajong-uitkering.