ECLI:NL:CRVB:2023:726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum IVA-uitkering op 19 februari 2019 wegens ontbreken medische bewijs eerdere arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig projectleider/veiligheidsadviseur, kreeg in 2010 een WIA-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 60,97%. Na melding van verslechtering op 19 februari 2019 besloot het UWV dat appellant vanaf die datum volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was. Na bezwaar werd dit besluit aangepast en werd appellant vanaf die datum volledig en duurzaam arbeidsongeschikt geacht en een IVA-uitkering toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond omdat onvoldoende medische aanwijzingen bestonden voor eerdere volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. De rechtbank paste artikel 6:22 Awb Pro toe om het motiveringsgebrek te passeren.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat de IVA-uitkering met terugwerkende kracht vanaf een eerdere datum dan 19 februari 2019 had moeten ingaan. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellant geen medische stukken had overgelegd die volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid vóór die datum aannemelijk maken.
De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De ingangsdatum van de IVA-uitkering wordt bevestigd op 19 februari 2019 wegens ontbreken van medische bewijsstukken voor eerdere volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.