ECLI:NL:CRVB:2023:771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade en proceskosten wegens overschrijding redelijke termijn door UWV
Appellant stelde een hoger beroep in tegen het UWV vanwege een opgelegde boete en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Tijdens de zitting trok het UWV de boete in, waarna appellant het hoger beroep introk maar het verzoek tot proceskostenvergoeding en schadevergoeding handhaafde.
De Raad beoordeelde de redelijke termijn aan de hand van het EVRM en concludeerde dat de totale procedure van ruim zeven jaar de redelijke termijn met drie jaar en twee maanden had overschreden. De overschrijding werd volledig toegerekend aan het UWV, aangezien de rechterlijke behandelingsduur niet te lang was en de zaak niet complex was.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van €3.500,- aan immateriële schadevergoeding en tot vergoeding van proceskosten van in totaal €2.929,50. Hiermee wordt recht gedaan aan de belangen van appellant die door de lange duur van de procedure schade heeft geleden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.500,- schadevergoeding en €2.929,50 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.