ECLI:NL:CRVB:2023:903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling en juiste Functionele Mogelijkhedenlijst
Appellant, voormalig autopoetser, kreeg op grond van de Ziektewet een uitkering toegekend na ziekmelding in maart 2020. Na een eerstejaarsbeoordeling werd het recht op ziekengeld voortgezet. Bij toetsing in het tweede ziektejaar stelde een verzekeringsarts vast dat appellant belastbaar was met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant nog 96,63% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna het UWV de uitkering per juni 2021 beëindigde.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij medische rapporten en een aangescherpte FML werden betrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de beperkingen juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij praktisch gezien volledig arbeidsongeschikt was, onderbouwd met aanvullende medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad acht het medisch onderzoek zorgvuldig en vindt geen schending van het beginsel van equality of arms. De medische informatie van appellant leidt niet tot twijfel aan de juistheid van de FML. Het UWV heeft voldoende gemotiveerd dat appellant de geselecteerde functies kan verrichten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitkering beëindigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; beëindiging Ziektewetuitkering bevestigd.