Appellante ontving tussen 2010 en 2015 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) trok deze aanvulling in omdat appellante niet had gemeld dat zij onroerend goed in Turkije bezat, waardoor haar vermogen boven de vermogensgrens lag. De Svb vorderde vervolgens de teveel ontvangen bijstand terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat de Svb onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het taxatierapport van 2019 niet als betrouwbare basis kan dienen voor de terugvordering. De waarde van het vermogen moet worden bepaald aan de hand van dit rapport, waarmee de terugvordering wordt gematigd tot €8.533.
Appellante voerde aan dat de woning onverkoopbaar is en dat zij de boete niet kan betalen, maar de Raad acht het taxatierapport van 2023 onvoldoende betrouwbaar en concludeert dat appellante voldoende draagkracht heeft. De boete wordt daarom verlaagd tot €1.488,99. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en het besluit van de Svb voor zover het de hoogte van de terugvordering en boete betreft en veroordeelt de Svb tot vergoeding van de proceskosten.