ECLI:NL:CRVB:2023:927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid Ziektewetuitkering en premietoerekening ondanks overgang onderneming
Werkneemster was administratief medewerkster bij een failliete werkgever en meldde zich ziek in februari 2013. Het UWV kende haar vanaf 4 juli 2013 een Ziektewetuitkering toe, die na een eerstejaars beoordeling werd voortgezet en per 8 februari 2015 werd beëindigd wegens het bereiken van de maximale uitkeringsduur van 104 weken.
De Belastingdienst rekende de ZW-uitkering toe aan de opvolgende werkgever op basis van een vermeende overgang van onderneming. Appellante maakte bezwaar tegen deze premiebesluiten en tegen de toerekening van de ZW-uitkering, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat sprake was van overgang van onderneming, waardoor appellante belanghebbende was bij de ZW-besluiten, en vernietigde de besluiten wegens onvoldoende motivering.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad dat de vraag of sprake is van overgang van onderneming niet relevant is voor de rechtmatigheid van de ZW-besluiten zelf, maar uitsluitend voor de premietoerekening. Appellante had dit standpunt al kunnen aanvechten in de procedure tegen de premiebesluiten bij de Belastingdienst en rechtbank. De medische en arbeidskundige gronden van de ZW-besluiten zijn door de rechtbank gemotiveerd beoordeeld en blijven onbesproken.
De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraken en verklaart de hoger beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt de rechtmatigheid van de ZW-besluiten en verklaart de hoger beroepen ongegrond.