ECLI:NL:CRVB:2023:984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid verzoek weder indiensttreding en afwijzing privatiseringswachtgeld
Appellanten 1 en 2 hebben verzocht om weder indiensttreding bij de gemeente en toekenning van privatiseringswachtgeld, welke verzoeken door het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn zijn afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de weigering tot weder indiensttreding niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de afwijzing van het privatiseringswachtgeld af.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd. De Raad overweegt dat het verzoek tot weder indiensttreding geen bestuursrechtelijk besluit betreft, maar een privaatrechtelijke aangelegenheid onder de werking van het Burgerlijk Wetboek, waardoor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter niet mogelijk zijn.
Ten aanzien van het privatiseringswachtgeld oordeelt de Raad dat appellanten geen aanspraak kunnen maken op deze uitkering omdat zij pas met ingang van 1 juli 2001 eervol ontslagen zijn bij de gemeente en het toepasselijke hoofdstuk van de arbeidsvoorwaardenregeling niet van toepassing is op ambtenaren die zijn ontslagen vanaf 1 januari 2001. De Raad wijst de beroepsgronden van appellanten af en bevestigt de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot weder indiensttreding is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van privatiseringswachtgeld is afgewezen.