ECLI:NL:CRVB:2024:1031
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking van behandelend rechter in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
Verzoeker heeft in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige kamer, vanwege vermeende vooringenomenheid uit kritische en suggestieve vragen over het bezit van een auto.
De Raad heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht en de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke rechtscolleges 2022. Uit het proces-verbaal en de omstandigheden rondom de zitting blijkt geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de behandelend rechter.
De Raad benadrukt dat het stellen van kritische vragen tot de taak van de rechter behoort en dat dit op zichzelf geen reden vormt voor wraking. Het verzoek om wraking is daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.