Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
bevestigt de aangevallen uitspraak;
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende een aanvraag in voor de NOW-3 subsidie over de periode december 2020 tot en met februari 2021, waarbij zij aanvankelijk een omzetverlies van 40% verwachtte. Bij de definitieve vaststelling gaf zij aan een omzetverlies van 80% te hebben geleden. De minister stelde de subsidie vast op basis van de loonsom over juni 2020, conform artikel 16 van Pro de NOW-3, waarbij incidentele kwartaalbetalingen voor meer-uren niet werden meegenomen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling omdat de loonsom over juni 2020 volgens haar niet representatief was, aangezien de meer-uren niet waren meegenomen. Zij verzocht om maatwerk, wat de minister afwees vanwege het generieke karakter van de regeling en de noodzaak tot eenvoud en snelheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de minister conform de regeling had gehandeld. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees het hoger beroep af. De Raad benadrukte dat de NOW-3 regeling geen ruimte biedt voor afwijking van de peildatum en dat de intensiteit van toetsing aan het evenredigheidsbeginsel terughoudend is. Het verzoek om vergoeding van schade werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft ongewijzigd in stand.