ECLI:NL:CRVB:2024:1048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening en toekenning Ziektewet-uitkering na eerstejaars beoordeling
Appellant, voormalig beveiliger, meldde zich ziek na een ongeval met klachten die leken op een whiplash. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe vanaf maart 2020. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) oordeelde het UWV dat appellant meer dan 65% van zijn oorspronkelijke loon kon verdienen en beëindigde de ZW-uitkering per 3 april 2021. Appellant maakte bezwaar en diende meerdere keren ziekmeldingen in, waarop het UWV telkens een ZW-uitkering weigerde, omdat de beperkingen niet waren toegenomen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV zijn beperkingen onderschatte en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat hij niet fysiek was onderzocht bij de laatste ziekmelding. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering, omdat er geen nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden zijn. Ook is de weigering van de ZW-uitkering per 9 augustus 2021 terecht, omdat de beperkingen niet zijn toegenomen en het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, ook al vond het laatste spreekuur telefonisch plaats.
De Raad bevestigt dat het toetsingskader van artikel 19 ZW Pro correct is toegepast, waarbij bij een ziekmelding na een EZWb beoordeeld wordt of ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven en of de arbeidsgeschiktheid ten minste 65% is. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten. De aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de ZW-uitkering te herzien en de weigering van een nieuwe ZW-uitkering.