ECLI:NL:CRVB:2024:1088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens aanwezig arbeidsvermogen
Appellant verzocht om een Wajong-uitkering op grond van duurzame arbeidsongeschiktheid, maar het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek dat appellant arbeidsvermogen heeft. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant ten minste een uur aaneengesloten kan werken, vier uur per dag belastbaar is, basale werknemersvaardigheden bezit en een taak kan uitvoeren binnen een arbeidsorganisatie.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische situatie, waaronder ADHD, ADD, verslaving en handklachten, onvoldoende werd meegewogen en dat een onafhankelijk deskundige had moeten worden ingeschakeld. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant voldoende in acht waren genomen.
De Raad concludeerde dat appellant arbeidsvermogen bezit en daarom niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. Het hoger beroep werd afgewezen, de weigering van de uitkering blijft in stand en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 30 mei 2024 en bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.