Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
35% arbeidsongeschikt is.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft zich ziekgemeld in januari 2020 en verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde op basis van onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige vast dat appellant 32,51% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat er geen equality of arms was omdat de verzekeringsartsen niet onafhankelijk zouden zijn. De Raad volgde dit niet en stelde vast dat het onderzoek zorgvuldig was, dat er geen aanleiding was tot het opvragen van extra informatie bij derden en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om zijn standpunt te onderbouwen.
De Raad concludeerde dat de medische conclusies juist en inzichtelijk waren gemotiveerd, dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat waren weergegeven en dat de geselecteerde functies passend waren. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard, de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellant een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.