Verzoeker had bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet, welke door het college van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard werd afgewezen. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank de overschrijding van de redelijke termijn vast en kende schadevergoeding toe. Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat vanaf ontvangst van het bezwaarschrift tot het bereiken van een schikking ruim vijf jaar en vijf maanden waren verstreken, wat de redelijke termijn met meer dan een jaar overschrijdt. De Raad oordeelde dat de totale duur van de procedure niet gerechtvaardigd was en kende een aanvullende schadevergoeding toe van €500 bovenop eerdere vergoedingen.
Daarnaast veroordeelde de Raad de Staat tot betaling van proceskosten van €437,50. Het hoger beroep werd ingetrokken onder handhaving van het verzoek om schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.G. Okhuizen op 18 juni 2024.