Verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Den Helder bereikten een schikking over diverse besluiten omtrent het recht op bijstand. Dit arrest behandelt het verzoek van verzoeker om aanvullende immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad stelt vast dat de totale duur van de procedure vanaf het eerste bezwaarschrift op 19 november 2019 tot de schikking ruim vijf jaar en acht maanden bedroeg, wat de redelijke termijn van vier jaar aanzienlijk overschrijdt. De overschrijding leidt tot een schadevergoeding van € 2.000,-. Omdat de rechtbank reeds € 1.500,- aan immateriële schadevergoeding toekende, resteert een aanvullende vergoeding van € 500,- die door de Staat moet worden betaald.
De Raad benadrukt dat bij meerdere procedures over hetzelfde onderwerp slechts eenmaal het tarief per half jaar wordt gehanteerd. Ook veroordeelt de Raad de Staat tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 voor het verzoek om schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 augustus 2025.