Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1259

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 juni 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
22/2253 WMO15
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij weigering vergoeding bezwaarkosten Wmo

Appellante, bekend met diverse aandoeningen, vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Dit verzoek werd bij besluit van 17 december 2020 afgewezen. Na bezwaar verklaarde het college op 24 juni 2021 het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel in een uitspraak van 16 juni 2022.

In hoger beroep overwoog appellante dat zij inmiddels een maatwerkvoorziening ontving op basis van een besluit van 13 december 2022 en stelde dat nog procesbelang aanwezig zou zijn vanwege de gevraagde vergoeding van bezwaarkosten. De Raad toetste het procesbelang en oordeelde dat dit ontbrak omdat het niet vergoeden van bezwaarkosten geen zelfstandig procesbelang oplevert, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die hier niet aan de orde waren.

De Raad stelde vast dat een louter formeel of principieel belang onvoldoende is en dat procesbelang alleen bestaat indien het beoogde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en betekenis heeft voor de indiener. Omdat appellante tevreden was met de inmiddels verstrekte maatwerkvoorziening en geen bijzondere situatie voor vergoeding van bezwaarkosten bestond, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten en griffierecht terug.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

22/2253 WMO15
Datum uitspraak: 19 juni 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 juni 2022, 21/1180 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K. Wevers hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, omdat partijen niet binnen de gestelde termijn hebben verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord.
Vervolgens heeft de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante, geboren in 1984, is bekend met verschillende aandoeningen.
1.2.
Bij besluit van 17 december 2020 heeft het college op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de aanvraag van appellante om een maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden afgewezen. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
1.3.
Bij besluit van 24 juni 2021 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard.

Uitspraak van de rechtbank2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluitongegrond verklaard.

Het standpunt van appellante

3. In hoger beroep heeft de gemachtigde van appellante een besluit van 13 december 2022 overgelegd en namens appellante meegedeeld dat appellante tevreden is met de daarbij verstrekte maatwerkvoorziening voor ondersteuning bij het huishouden. De gemachtigde meent dat nog procesbelang aanwezig is in verband met de gevraagde vergoeding van bezwaarkosten.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of appellante voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.
4.1.
Volgens vaste rechtspraak [1] is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden.
4.2.
Zoals de Raad recentelijk heeft geoordeeld, levert het niet vergoeden van bezwaarkosten niet langer een zelfstandig procesbelang op, tenzij het betrokken bestuursorgaan zijn besluit in bezwaar heeft herroepen zonder daarbij een vergoeding van bezwaarkosten toe te kennen terwijl daar wel om was gevraagd, of als de hoogte van een toegekende vergoeding van bezwaarkosten in geschil is. [2]
4.3.
In dit geval is van de in 4.2 bedoelde uitzonderingssituatie geen sprake. Dat betekent dat in deze zaak geen procesbelang aanwezig is bij het niet vergoeden van bezwaarkosten.

Conclusie en gevolgen

5.1.
Het hoger beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.
5.2.
Appellante krijgt geen vergoeding van haar proceskosten en krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door K.H. Sanders, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2024.
(getekend) K.H. Sanders
(getekend) P.W.J. Hospel

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:887.
2.Zie de uitspraken van 2 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:635 en ECLI:NL:CRVB:2024:636.