ECLI:NL:CRVB:2024:128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting, intrekking en afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen in het buitenland
Appellanten ontvangen sinds 1996 bijstand en werden geconfronteerd met een onderzoek naar mogelijk vermogen in het buitenland, specifiek onroerend goed in Marokko. Het college startte een onderzoek en stelde vast dat appellant als eigenaar was geregistreerd van een stuk grond met appartement ter waarde van circa €184.349. Appellanten werden verzocht diverse gegevens, waaronder bankafschriften, te overleggen en uitgenodigd voor gesprekken, maar verschenen niet.
Het college schortte de bijstand op wegens het niet verschijnen op een gesprek en het niet aanleveren van gegevens, en trok de bijstand later in omdat het verzuim niet werd hersteld. Een nieuwe aanvraag werd afgewezen vanwege het vermoeden van vermogen dat de vrij te laten grens overschrijdt. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellanten terecht zijn aangesproken op het niet verschijnen bij het gesprek, ook al kon hen geen verwijt worden gemaakt voor het niet overleggen van bankafschriften vanwege onduidelijkheid over de gevraagde periode. Het college mocht de bijstand opschorten en intrekken. Tevens is het vermogen in Marokko voldoende aannemelijk gemaakt aan de hand van officiële documenten, waardoor de afwijzing van de nieuwe aanvraag terecht is. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst de beroepen af.
Uitkomst: De opschorting, intrekking van bijstand en afwijzing van de nieuwe aanvraag worden bevestigd vanwege niet verschijnen op gesprek en bezit van onroerend goed in Marokko.