ECLI:NL:CRVB:2024:1336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- M.E. Fortuin
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WIA-dagloon ondanks betwisting cao-loon kok
Appellant was vanaf 1 november 2018 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering met een dagloon vastgesteld op €71,74, gebaseerd op het loon dat de ex-werkgever had opgegeven over de referteperiode 1 november 2017 tot 31 oktober 2018. Appellant betwistte deze vaststelling en stelde dat hij als kok werkte en recht had op een hoger cao-loon dan het loon van een productiemedewerker dat de ex-werkgever had betaald.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet had aangetoond dat hij tijdens de referteperiode de ex-werkgever schriftelijk had gemaand het hogere loon te betalen. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, verwijzend naar brieven na de referteperiode en eerdere jurisprudentie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 15, tweede lid, van het Dagloonbesluit restrictief moet worden uitgelegd en dat appellant niet had voldaan aan de vereiste om tijdens de referteperiode de werkgever op niet mis te verstane wijze te hebben gemaand tot betaling van het hogere loon. De brief van 6 maart 2019 was te laat en de verwijzingen naar jurisprudentie betroffen andere rechtsvragen. Daarom is het dagloon terecht vastgesteld op het door de ex-werkgever betaalde loon.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het dagloon van €71,74 blijft gehandhaafd.