Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
(05/4893 Wajong).
27 juni 2004.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, geboren in 1974, ontving oorspronkelijk een Wajong-uitkering die in 2004 werd beëindigd vanwege minder dan 25% arbeidsongeschiktheid. Na een nieuwe aanvraag in 2020 wees het UWV deze af omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na de intrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat medische rapporten geen aanwijzingen gaven voor toegenomen beperkingen. Diagnoses zoals fibromyalgie en CVS werden erkend, maar de klachten waren onvoldoende ernstig om meer beperkingen aan te nemen. Ook werd benadrukt dat subjectieve klachten niet doorslaggevend zijn.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de vermoeidheidsklachten door CVS en fibromyalgie tot toegenomen arbeidsongeschiktheid hadden geleid, maar zij bracht geen nieuwe medische stukken in. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de weigering van de Wajong-uitkering, waarbij appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na intrekking.