ECLI:NL:CRVB:2024:1347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens geen nieuwe feiten en laattijdige aanvraag
Appellant, geboren in 1978, vroeg in 2017 voor het eerst een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat arbeidsongeschiktheid pas vanaf 1 januari 2005 kon worden vastgesteld. In 2020 diende appellant een tweede aanvraag in met aanvullende documenten, maar het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen medische informatie was die aantoonde dat appellant al vóór 1 januari 2005 arbeidsongeschikt was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij sinds zijn jeugd schizofrenie heeft en langdurige psychosen heeft doorgemaakt, maar kon dit niet met medische stukken onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht het verzoek om terug te komen heeft geweigerd, omdat de aangevoerde informatie geen nieuwe feiten bevat die vóór het eerdere besluit niet konden worden overgelegd. De laattijdige aanvraag komt voor risico van appellant. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.