Uitspraak
19 877 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
O.N. Haafkes als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2024.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als controleur inpakker en meldde zich op 25 november 2015 ziek. Het dienstverband eindigde op 14 december 2015. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering vanaf 25 november 2015 en later vanaf 21 november 2017, omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 18 mei 2018 ongegrond. De Raad vernietigde later de uitspraak voor zover het ging om aanspraken vanaf 21 november 2017, maar verklaarde het beroep tegen het latere besluit ongegrond.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn klachten, met name aan de linkerschouder, en dat hij volledig arbeidsongeschikt was. Hij overhandigde medische verklaringen van diverse specialisten. De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij alle klachten, inclusief de schouderklachten, waren betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de geschiktheid van geselecteerde functies beoordeeld volgens het nieuwe toetsingskader, waarbij rekening werd gehouden met toegenomen beperkingen.
De Raad stelde vast dat de geselecteerde functies buschauffeur, productiemedewerker textiel en samensteller elektronische apparatuur passend waren, ondanks de beperkingen. Het verzoek van appellant om een onafhankelijk deskundige te benoemen werd afgewezen vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling. Het motiveringsgebrek in het bestreden besluit werd gepasseerd omdat appellant daardoor niet benadeeld was. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering vanaf 21 november 2017 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.