Appellante, die blind is en lijdt aan diverse neurologische aandoeningen, vroeg het college om een traplift aan de spilzijde van haar trap. Het college verstrekte een pgb voor een goedkopere traplift aan de buitenzijde, zonder te onderzoeken of dit in strijd was met bouwvoorschriften.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit, waarbij het medisch advies van ScioPeng werd gevolgd. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de traplift aan de buitenzijde niet voldeed aan haar behoeften en mogelijk in strijd was met bouwvoorschriften.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de bouwvoorschriften, waardoor niet kon worden vastgesteld of de traplift een passende bijdrage leverde aan zelfredzaamheid en participatie. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en het niet toekennen van proceskosten door de rechtbank.
De Raad bepaalde dat tegen de nieuwe beslissing alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld, om een voortvarende afdoening te bevorderen.