ECLI:NL:CRVB:2024:1542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van het ontbreken van duurzaam arbeidsvermogen vanwege een licht verstandelijke handicap en psychische klachten, waaronder PTSS. Het UWV weigerde deze uitkering omdat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er nog mogelijkheden tot arbeidsontwikkeling zijn, mede door aanstaande traumabehandeling en begeleiding.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar arbeidsvermogen wel degelijk duurzaam ontbreekt en dat onvoldoende maatwerk is toegepast. Ook stelde zij dat een deskundige benoemd moest worden vanwege onvoldoende specialisatie van de UWV-arts en arbeidsdeskundige. De Raad oordeelde dat het UWV voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er perspectief is op herstel en ontwikkeling van arbeidsvermogen. De Raad onderschreef de rechtbank en wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af.
De Raad benadrukte dat duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betekent dat geen perspectief meer is op verbetering. Het UWV heeft volgens het beoordelingskader van het Compendium Participatiewet een zorgvuldige inschatting gemaakt, waarbij ook de groei en ontwikkeling van appellante zijn betrokken. Omdat het hoger beroep niet slaagt, blijft de weigering van de Wajong-uitkering in stand en krijgt appellante geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.