Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 2 juli 2021 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving studiefinanciering in verschillende perioden voor diverse opleidingen. Na het behalen van een associate degree-opleiding werd een besluit genomen om 24 maanden prestatiebeurs om te zetten in een gift, waarbij de minister uitging van omzetting vanaf de eerste toegekende maand prestatiebeurs. Betrokkene stelde dat de omzetting moest plaatsvinden over de maanden van de afgeronde opleiding, wat de rechtbank onderschreef en het besluit vernietigde.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de wet en toelichting geen steun bieden voor de uitleg van betrokkene en de rechtbank. De Raad bevestigde dat de omzetting plaatsvindt vanaf de eerste maand waarin prestatiebeurs is genoten, ongeacht de opleiding waarvoor deze werd ontvangen. Dit systeem is consistent met eerdere jurisprudentie en de wetsgeschiedenis.
De Raad overwoog dat de nadelige gevolgen van deze systematiek voor studenten met een lagere eerste prestatiebeurs dan later ontvangen beurs geen bijzondere omstandigheden vormen om van de hardheidsclausule gebruik te maken. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, waarbij de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de omzetting van prestatiebeurs in gift vindt plaats vanaf de eerste maand van prestatiebeurs.