ECLI:NL:CRVB:2024:1570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante vroeg op 28 juli 2021 een Wajong-uitkering aan wegens eetstoornis, sociale angststoornis, PTSS en depressie, waarbij zij stelde duurzaam geen arbeidsvermogen te hebben. Het UWV weigerde de uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was, een standpunt dat de rechtbank bevestigde. De rechtbank motiveerde dat er ondanks langdurige behandeling nog perspectief op verbetering van arbeidsvermogen bestond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat recente therapieën geen positief effect hadden en dat een nieuwe diagnose van autisme spectrum stoornis (ASS) het perspectief op arbeidsparticipatie verder beperkte. De Raad oordeelde dat de beoordeling moet plaatsvinden op basis van de situatie op 28 juli 2021 en dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat er toen nog kansen waren op ontwikkeling van arbeidsvermogen.
De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was volgens de wettelijke criteria. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.