Appellant, gediagnosticeerd met het Bainbridge-Ropers syndroom en diverse beperkingen, verzocht het CIZ om wijziging van zijn zorgprofiel van VG05 naar ZGaud03. Het CIZ wees dit verzoek af en handhaafde het zorgprofiel VG05, waarop appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de verstandelijke beperking leidend is voor de zorgbehoefte.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met medische adviezen en dat het zorgprofiel ZGaud03 beter passend zou zijn. De Raad oordeelde echter dat het CIZ deugdelijke motieven had gegeven en dat de medische adviezen van het CIZ juist en volledig waren, ook zonder het ontbrekende advies van Kentalis.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De totale procedure duurde ruim vijf jaar, waarbij de redelijke termijn met ongeveer 15 maanden werd overschreden. De Raad veroordeelde de Staat tot betaling van € 1.500,- aan appellant en een proceskostenvergoeding van € 437,50.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af, waarbij appellant geen vergoeding van proceskosten tegen het CIZ kreeg, maar wel voor de kosten van het verzoek om schadevergoeding.