ECLI:NL:CRVB:2024:1637
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding zonder na-wettelijke uitkering
Appellant was sinds 2006 in dienst bij gemeenten en vanaf 2013 werkzaam bij de Werkorganisatie Duivenvoorde. Vanaf 2013 veranderden de prioriteiten binnen zijn vakgebied, wat leidde tot conflicten over taken en werkbelasting. Ondanks begeleiding en verbeterplannen verbeterde zijn functioneren en houding niet, wat resulteerde in een schorsing en uiteindelijk eervol ontslag per 28 december 2017 wegens ernstig verstoorde arbeidsverhouding en vertrouwensbreuk.
De rechtbank oordeelde dat appellant ten onrechte een aanvullende WW-uitkering was onthouden en kende deze toe, maar wees een na-wettelijke uitkering, compensatie en schadevergoeding af omdat appellant een overwegend aandeel had in het ontstaan van de verstoorde arbeidsverhouding. Zowel appellant als het college gingen in hoger beroep tegen delen van deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant recht heeft op een aanvullende uitkering, maar geen aanspraak kan maken op een na-wettelijke uitkering of compensatie vanwege zijn aandeel in de verstoorde arbeidsverhouding. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen omdat het ontslag niet onrechtmatig is. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep slagen niet.
Uitkomst: Het ontslag wordt bevestigd met toekenning van een aanvullende WW-uitkering, maar zonder na-wettelijke uitkering, compensatie of schadevergoeding.