ECLI:NL:CRVB:2024:1662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete van €310 wegens schending inlichtingenverplichting WW-uitkering
Appellant ontving vanaf 2012 een WW-uitkering en kreeg in 2014 een boete van €1.240 wegens het niet melden van werkzaamheden in juli-augustus 2013. Na bezwaar en beroep werd de boete in 2023 verlaagd naar €310 vanwege correctie van het benadelingsbedrag en boetepercentage.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de boete ongegrond, oordeelde dat appellant zijn werkzaamheden niet tijdig had gemeld en dat het inkomstenformulier niet waarheidsgetrouw was ingevuld. Appellant voerde aan dat hij niet had gewerkt in een deel van de periode en dat de boete onredelijk was, en vorderde een schadevergoeding van €780.000.
De Raad oordeelt dat de boete terecht is opgelegd omdat appellant geen uren en inkomsten heeft opgegeven, en dat de verlaging naar €310 niet evident onredelijk is. Het beroep tegen de verlaging wordt ongegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd en het griffierecht vergoed. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De boete van €310 wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.