ECLI:NL:CRVB:2024:1677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking maatwerkvoorziening individuele begeleiding wegens niet-gebruik pgb
Appellant, bekend met lichamelijke klachten en in het bezit van een persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding, gebruikte het toegekende budget niet. Het college van burgemeester en wethouders van Diemen stelde na onderzoek vast dat appellant geen behoefte had aan de maatwerkvoorziening en trok deze in op grond van artikel 2.3.10 van de Wmo 2015.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college eerst had moeten onderzoeken of hij daadwerkelijk behoefte had aan begeleiding en dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren, zoals het stellen van voorwaarden voor het beheer van het pgb.
De Raad oordeelde dat het college terecht de maatwerkvoorziening introk omdat het pgb niet werd gebruikt en dat het college vooraf een onderzoek had verricht dat deze conclusie ondersteunde. De wettelijke grondslag voor intrekking is duidelijk en het college hoefde geen aanvullende voorwaarden te stellen. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking bleef in stand.
Uitkomst: De intrekking van de maatwerkvoorziening individuele begeleiding wegens niet-gebruik van het pgb wordt bevestigd.