ECLI:NL:CRVB:2024:1680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, maar het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie over haar woonsituatie. Uit onderzoek bleek dat zij niet woonachtig was op het opgegeven adres in de beoordelingsperiode van 30 januari 2022 tot 1 april 2022.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat het hoofdverblijf van appellante in de beoordelingsperiode niet op het opgegeven adres was, ondanks haar inschrijving in de basisregistratie personen. Appellante voerde aan dat zij al sinds 2018 op dat adres stond ingeschreven en dat het onlogisch was dat zij elders woonde, maar dit betoog werd niet gegrond verklaard.
De Raad overwoog dat het hoofdverblijf wordt bepaald aan de hand van concrete feiten en omstandigheden en dat inschrijving in de basisregistratie personen geen doorslaggevende betekenis heeft. Omdat appellante onvoldoende medewerking had verleend en het college aannemelijk had gemaakt dat zij niet op het opgegeven adres woonde, bleef de afwijzing van de bijstand in stand.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres in de beoordelingsperiode.