ECLI:NL:CRVB:2024:1739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldig medisch onderzoek en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in Ziektewetzaak
De zaak betreft een hoger beroep tegen het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering van appellant per 17 december 2017 te beëindigen. Eerder had de Raad van 19 juli 2021 het besluit vernietigd wegens een onvoldoende zorgvuldig medisch onderzoek, waarna het UWV een nieuw onderzoek heeft uitgevoerd.
In het nieuwe onderzoek, uitgevoerd door een verzekeringsarts bezwaar en beroep, is een spreekuurcontact gehouden en zijn zowel fysieke als psychische klachten van appellant meegenomen. De arts concludeerde dat er geen aanleiding was om de beperkingen van appellant ruimer te stellen dan eerder vastgesteld. De Raad volgt dit oordeel en acht het onderzoek zorgvuldig.
Appellant voerde aan dat het onderzoek nog steeds onvoldoende was en dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelt echter dat de verzekeringsarts de medische informatie adequaat heeft betrokken en gemotiveerd waarom de beperkingen niet verder reiken.
Daarnaast is een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn behandeld. De totale procedure duurde ruim zes jaar, wat de redelijke termijn met ruim twee jaar overschrijdt. De Raad kent een schadevergoeding van €3.000 toe, waarvan de helft wordt toegerekend aan het UWV en de helft aan de Staat. Tevens worden proceskosten gelijkelijk verdeeld.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het UWV en de Staat tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.500 elk wegens overschrijding van de redelijke termijn.