ECLI:NL:CRVB:2024:1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ANW-uitkering wegens minder dan 45% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving sinds 1 juni 2014 een ANW-uitkering op grond van haar arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%. Na een herbeoordeling door het UWV op verzoek van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) bleek dat zij minder dan 45% arbeidsongeschikt was. De Svb beëindigde daarom de uitkering per 1 februari 2022. Appellante maakte bezwaar en voerde medische bezwaren aan, waaronder een brief van een neurochirurg. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, waarna appellante beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de Svb terecht van de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV was uitgegaan en gaf de Svb gelegenheid tot nadere motivering, die voldoende werd bevonden.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet adequaat was gezien door een verzekeringsarts en dat haar fysieke en psychische beperkingen onderschat waren. Zij overlegde aanvullende medische rapporten. De Raad concludeert dat de aanvullende rapporten geen nieuwe beperkingen benoemen die aanleiding geven tot twijfel aan de eerdere beoordelingen. De psychische klachten zijn volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep consistent met eerdere rapporten en leiden niet tot extra beperkingen. De arbeidskundige beoordeling blijft ongewijzigd. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Het hoger beroep wordt afgewezen, waardoor de beëindiging van de ANW-uitkering per 1 februari 2022 rechtsgeldig is. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 september 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ANW-uitkering van appellante terecht is beëindigd per 1 februari 2022 wegens minder dan 45% arbeidsongeschiktheid.