ECLI:NL:CRVB:2024:1766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot terugwerkende verlenging maatwerkvoorziening individuele begeleiding
Appellant, bekend met PTSS-gerelateerde klachten, verzocht om verlenging met terugwerkende kracht van een maatwerkvoorziening individuele begeleiding in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het college wees dit verzoek af en kende een pgb toe voor de periode van 1 oktober 2021 tot 30 september 2023.
Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van het pgb en stelde dat het vanaf 1 april 2021 zou moeten ingaan. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat appellant geen concrete schade of kosten kon aantonen en de maatwerkvoorziening inmiddels voor een latere periode was toegekend.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er wel procesbelang was vanwege immateriële en materiële schade en dat een oordeel over de ingangsdatum van belang was voor de toekomst. De Raad oordeelde echter dat de psycholoog onvoldoende concrete onderbouwing gaf voor geestelijk letsel en dat de facturen geen specificatie van zorg bevatten. Ook was geen belang voor toekomstige perioden aangetoond.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard, de bestreden uitspraak bevestigd en werd appellant geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.